Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Afstemming van de boete op de financiële omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Beek 2018

1. De hoogte van de boete wordt als volgt bepaald in combinatie met de ernst van de ge-draging; a. bij opzet bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 24 maal het bedrag boven de niet-gecorrigeerde beslagvrije voet b. bij grove schuld bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 18 maal het bedrag boven de niet-gecorrigeerde beslagvrije voet c. bij normale verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 12 maal het bedrag boven de niet-gecorrigeerde beslagvrije voet d. bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 6 maal het bedrag boven de niet-gecorrigeerde beslagvrije voet 2. Indien de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten of vermogen heeft dan een uitkering: a. En bekend is hoe hoog deze inkomsten zijn, dan wordt de hoogte van de maximale boete vastgesteld door het bedrag van de niet-gecorrigeerde be-slagvrije voet, in mindering te brengen op het netto inkomen per maand en het verschil bij opzet met 24 te vermenigvuldigen, bij grove schuld met 18, bij normale verwijtbaarheid met 12 en bij verminderde verwijtbaarheid met 6; b. En géén medewerking verleent om inzicht te bieden in de hoogte van de in-komsten of vermogen, dan wordt bij de bepaling van de boete geen rekening gehouden met de draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel