Indien er sprake is van een redelijk vermoeden van het bij zich dragen in bijvoorbeeld van (rug)tassen of andere vervoersmiddelen van verboden voorwerpen zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening, dient toe te staan en mee te werken aan het op last of verordening van de politie fouilleren en het tonen van de bij zich dragende of hebbende voorwerpen.
Artikel 6: