Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Differentiatie in tarief

Onderdeel van Financieel besluit Jeugdhulp gemeente Utrecht 2021

In de Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor informele zorgverleners uit het eigen sociale netwerk en tarieven voor professionele zorgverleners: 1.. Het informele tarief is van toepassing als u de jeugdhulp inkoopt bij een persoon uit het netwerk van belanghebbende én/of een niet-professionele hulpverlener. Deze vorm van hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDH) vallen, die van kracht is sinds 1 januari 2007. Via deze regeling is de budgethouder gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen. Het in dit besluit gehanteerde tarief ligt ruim boven het wettelijk minimumloon. Voor informeel tarief is aangesloten bij het tarief dat gehanteerd wordt bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals. Het tarief voor kortdurend verblijf in het sociale netwerk is gebaseerd op het historisch tarief uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. 2.. Het zzp- tarief is van toepassing als u de jeugdhulp inkoopt bij een zelfstandige professional. Om in aanmerking te komen voor het zzp- tarief, dienen de volgende documenten ingediend te worden: De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van Jeugdhulp. Een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroeps-onderwijs uitgereikt aan de beoogd zorgverlener die werkzaam is bij de organisatie waarvan de onder a genoemde inschrijving bij de Kamer van Koophandel is overlegd. De SKJ of BIG registratie van de hulpverlener indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een verklaring omtrent gedrag (VOG) ingediend. 3.. Het instellingstarief is van toepassing als de jeugdhulp wordt ingekocht bij een specialistische instelling; Instellingen met overheadkosten als gevolg van o.a. administratie, P&O, en vastgoed heb-ben te maken met hogere kosten dan zzp-ers. Hierbij dient de cliënt zélf aannemelijk te maken dat de door cliënt gewenste zorgaanbieder zich kwalificeert als specialistische instelling. Dit wordt gerealiseerd op basis van de volgende documenten: De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van Jeugdhulp. De melding loonheffingen aanmelding werkgever zoals deze bij de Belastingdienst is ingediend en de bevestiging. Een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aan-gemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW. De SKJ of BIG registratie van de hulpverlener indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een VOG ingediend. 4.. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 2, lid 3a en/of 3b en of 3c niet overlegd worden, kan hoogstens het ZZP tarief worden toegekend. 5.. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 2, lid 2a en/of 2b niet overlegd worden, is automatisch sprake van het informele tarief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel