Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens een maatwerkvoorziening wordt overwogen:
• Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien dit het geval is, zal er op grond van de Wmo geen voorziening worden verstrekt.
o Persoonlijke verzorging: wanneer er geen sprake is van geneeskundige zorg en ook geen risico daarop, maar wel behoefte aan lijfgebonden of lichaamsgerichte zorg, valt persoonlijke verzorging onder de Wmo en niet onder de zorgverzekeringswet. Bij zorgen over mogelijke verzwakking / verergering van de klachten is het van belang dat de Wmo-aanbieder afstemt met de wijkverpleegkundige, zodat tijdig de behoefte aan geneeskundige zorg, of risico daarop, wordt gesignaleerd.
• Jeugd en gezinnen: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school en de ouders. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Daarnaast kan een beroep gedaan worden op de Jeugdwet.
o Wanneer de ouder(s)/verzorger(s) in een gezin ondersteuning nodig hebben bij hun eigen zelfredzaamheid en participatie kan, naast de eventuele jeugdhulp voor het kind, een beroep worden gedaan op Wmo-voorzieningen. Voor de weging van de inzet vanuit het Wmo-kader is de context van het gezin en de mogelijke combinatie met de inzet vanuit andere wettelijke kaders van belang. De inzet vanuit de Wmo moet de goedkoopst adequate oplossing zijn voor het gezin, eventueel in samenhang met de inzet vanuit de Jeugdwet. Dit betekent dus dat de inzet vanuit het Wmo-kader in een huishouden met kinderen groter kan zijn dan in een huishouden zonder kinderen.
• Arbeidsvoorzieningen: op grond van de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), Wajong en Participatiewet zijn er mogelijkheden voor aangepast werk.
• Ondersteuning via de Wmo kan geweigerd worden als een persoon aanspraak heeft op ondersteuning op grond van de Wlz of er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de betrokkene hierop aanspraak kan maken en dit weigert te onderzoeken.
HOOFDSTUK 1. › Paragraaf 1.1
Artikel 1.1.7
Afstemmen op andere voorzieningen en (wettelijke) kaders
Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht 2021