Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Toegang tot jeugdhulp

Onderdeel van Nadere regel Verordening Jeugdhulp gemeente Utrecht 2021

1.. Een mondelinge aanvraag voor een individuele voorziening in natura kan door de jeugdige of zijn ouders met ouderlijk gezag (hiermee wordt tevens een voogd bedoeld) worden ingediend in een gesprek met een medewerker van het buurtteam. De aanvraag wordt in het gesprek door de jeugdi-ge of zijn ouders met ouderlijk gezag ondubbelzinnig bevestigd en met dagtekening door de mede-werker van het buurtteam in het gezinsplan vastgelegd. 2.. Een schriftelijke aanvraag voor een individuele voorziening kan uitsluitend worden ingediend bij een medewerker van het buurtteam door middel van een door de jeugdige of zijn ouders met ouder-lijk gezag ondertekend gezinsplan. 3.. Het college draagt zorg voor een professionele en eenduidige afweging door een medewerker van het buurtteam bij de beoordeling of een individuele voorziening noodzakelijk is, waarbij de wet-telijke vereisten met betrekking tot verantwoorde werktoedeling in acht worden genomen. 4.. Het college draagt zorg voor voldoende, kwantitatief en kwalitatief, beschikbare jeugdhulp zoals gedefinieerd in de geldende Verordening Jeugdhulp artikel 2 lid 2. 5.. Een toekenning voor een individuele voorziening in natura wordt alleen verleend voor door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. 6.. Het college zorgt dat de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening onder de Jeugdwet collegiaal wordt getoetst als de jeugdige of zijn ouders met ouderlijk gezag het oneens zijn met de uitkomst van die beoordeling.

Rechtspraak bij dit artikel