Naar hoofdinhoud
1. . Het marktgeld bedoeld in onderdeel 1, letter b van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt niet geheven ter zake van standplaatsen op openbare straten en pleinen waarvoor krachtens verpachting, verhuring, een ander privaatrecht of krachtens concessie aan de gemeente een vergoeding is verschuldigd. 2. . Het marktgeld bedoeld in artikel 2, letter a en het reclamegeld als bedoeld in artikel 2, letter b van deze verordening worden niet geheven voor zover van een standplaats op marktterreinen of op andere, voor de openbare dienst bestemde, openbare en in de openlucht gelegen plaatsen, voor het ten verkoop uitstallen, aanbieden of voorradig hebben en voor het verkopen of afleveren van goederen, eetwaren en andere artikelen dan wel aanbieden van diensten en het genot van diensten geen gebruik mag worden gemaakt op grond van een noodverordening of overige (nood)wetgeving in verband met COVID-19 tenzij het niet mogen gebruiken van de marktplaats wordt veroorzaakt door het overtreden van de eerdergenoemde COVID-19 regelgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel