Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld

Deze verordening verstaat onder: a. haven: de voor de openbare dienst bestemde wateren en voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn. b. vaartuig: alle soorten van varende en drijvende lichamen, welke gebezigd worden dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen, stoffen, goederen of voorwerpen. c. pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor sportieve, recreatieve of vakantie-doeleinden, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatige doeleinden. d. vissersvaartuigen: alle vaartuigen, welke ingericht zijn voor de visvangst, als zodanig zijn ingeschreven en als zodanig in hoofdzaak gedurende het gehele jaar voor de visvangst worden gebruikt en waarvan de belastingplichtige economisch afhankelijk is. e. passagiersschip: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het bedrijfsmatige vervoer van meer dan 12 personen en minder dan 51. f. cruiseschepen: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het bedrijfsmatige vervoer van meer dan 50 personen. g. dag: een tijdvak van 24 uur. h. week: een kalenderweek. i. maand: een kalendermaand. j. jaar: een kalenderjaar. k. jaarabonnement: het gedurende een jaar persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een vaartuig, niet zijnde een woonark. l. maandabonnement: het gedurende een maand persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een vaartuig, niet zijnde een woonark. m. winterabonnement: het gedurende de periode 1 november tot en met 31 maart van het volgende kalenderjaar persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een pleziervaartuig, indien geen gebruik wordt gemaakt van het onder artikel 1, lid c van de tarieventabel genoemde individueel abonnement. n. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. o. lengte: de lengte over alles of zoals deze blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief. p. woonarken: een drijvend lichaam dat bestemd is of wordt of in hoofdzaak bestemd is of wordt voor bewoning. q. categorie: ligplaatsen volgens de categoriale indeling behorende bij deze verordening. r. oppervlakte: het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overlegd of deze niet de vereiste gegevens vermeldt. s. camper: een motorvoertuig dat geschikt is om voor recreatieve doeleinden in te verblijven. t. andere vaartuigen: alle vaartuigen die niet vallen onder de omschrijvingen zoals genoemd in artikel 1c tot en met 1f.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel