In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 7, eerste lid, bedoelde rechten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 2.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de rechten moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt aan het eind van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
De op grond van artikel 7,vijfde lid, geheven rechten moeten worden betaald:
ingeval van uitreiking van de kennisgeving:
op het tijdstip van uitreiking;
ingeval van toezending van de kennisgeving:
binnen 30 dagen na de dagtekening.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten Noordenveld 2021