Naar hoofdinhoud
1.. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij vervoer aan een cliënt met een (zeer) beperkte mobiliteit wanneer uit het onderzoek blijkt dat de cliënt een substantiële vervoersbehoefte heeft en hierin niet op een andere wijze kan voorzien. 2.. Bij een cliënt met een beperkte mobiliteit is de goedkoopst adequate voorziening voor ondersteuning bij vervoer het systeem van Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) dat is gericht op het vervoer van personen met een beperking. Het college kan hiervoor een maximaal aantal kilometers hanteren. 3.. Bij een cliënt met een zeer beperkte mobiliteit kan het college naast de AOV-pas een maatwerkvoorziening verlenen die bestaat uit: een individuele vervoerskostenvergoeding: t.b.v. de eigen auto of bruikleenauto t.b.v. een (rolstoel)taxi een open buitenwagen (scootmobiel); een gesloten buitenwagen; een andere speciaal voor de doelgroep bedoelde vervoersvoorziening; een aanpassing aan een vervoersvoorziening. 4.. Indien de persoon met beperkingen geen gebruik kan maken van AOV, kan deze in aanmerking komen voor een individuele vervoerskostenvergoeding. Hiervoor geldt een maximumvergoeding van €0,19 per kilometer tot maximaal 2000 km op jaarbasis. Deze maatwerkvoorziening wordt in pgb verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel