**1..** Bij de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt uitgegaan van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en sociaal netwerk. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt, in geval de zorg wordt verleend door een door de minister toegelaten zorginstelling, vastgesteld op 100% van het in geval van belanghebbende toepasselijke zorgtarief.
De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt, in geval de zorg wordt verleend door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven en door de belastingdienst erkende ZZP-er of een zorginstelling die lagere loonschalen hanteert, en die bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd, 85% van de kosten van het in geval van belanghebbende toepasselijke zorgarrangement van een instelling als bedoeld in sub a. De betreffende ZZP-er dient een relevante opleiding in de zorg te hebben.
In alle andere gevallen wordt het tarief vastgesteld op 50% van de kosten van het toepasselijke zorgarrangement van een instelling als bedoeld in lid a.
Het tarief van 50% kan worden verhoogd met aantoonbare bedrijfsonkosten, die het gevolg zijn van wettelijke voorschriften en dwingende cao-afspraken, althans voor zover die verband houden met de hulpverlening aan belanghebbende, tot een maximum van 85% van het toepasselijke ZIN-tarief.
Indien en voor zover de noodzakelijke hulp niet verleend kan worden vanuit een toepasselijk zorgarrangement bedraagt het tarief 100% van de noodzakelijke kosten, voor zover belanghebbende de noodzaak aannemelijk heeft gemaakt.
**2..** De tarieven voor pgb’s zijn vastgelegd in de bijlage behorende bij deze beleidsregels.
**3..** De noodzakelijke kosten voor keuring, onderhoud, reparatie en verzekering voor hulpmiddelen en woningaanpassingen verstrekt via een persoonsgebonden budget worden op declaratiebasis vergoed. Dit wordt vergoed tot maximaal de hoogte van het bedrag dat hiervoor voor een voorziening in natura betaald zou worden door middel van een onderhoudscontract dat de gemeente afsluit met de leverancier.
**4..** Het persoonsgebonden budget voor de in artikel 14, derde lid, onderdeel d, bedoelde sportrolstoel, of een ander sportvoorziening is mede bestemd als tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en bedraagt maximaal €2.975,-.
Hoofdstuk 7
Artikel 19