**1..** Het college verstrekt de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening voor wonen en het voorzieningsniveau sociale woningbouw geldt als bovengrens van de geboden oplossing. Dit betekent dat er wordt gekozen voor een sobere, maar doelmatige oplossing.
**2..** Aanpassingen aan de eisen van de tijd komen voor eigen rekening van de bewoner dan wel eigenaar van de woning.
**3..** De door het college te verlenen woonvoorzieningen kan bestaan uit:
een maatwerkvoorziening van niet-bouwkundige of niet-woontechnische aard in of aan de woning;
een maatwerkvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woning, waaronder begrepen het bezoekbaar maken van de woning;
onderhoud, keuring, reparatie en eventueel verwijderen van maatwerkvoorzieningen uit de woning;
een uitraasruimte;
een tegemoetkoming voor de kosten van verhuizen en herinrichten.
**4..** Het college neemt de volgende kosten in aanmerking bij de vaststelling van de maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing:
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Standaardvoorwaarden Rechtsverhouding opdrachtgever-architect, SR 1997. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
de kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de belanghebbende, voor zover de kosten onder a. tot en met j. meer dan € 1.000,-- bedragen, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,--.
Hoofdstuk 3
Artikel 9