Onder deze categorie worden bouwwerken verstaan welke gebruikt worden voor bewoning. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 4 subcategorieën. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar bouwjaar omdat volgens het Bouwbesluit 2012 - ongeacht het bouwjaar - minimaal voldaan moet worden aan het brandveiligheidsniveau "bestaande bouw”. Het voldoen aan dit niveau is bepalend voor de kans op branduitbreiding naar andere woningen of objecten en daarmee de bluswaterbehoefte.
Woongebouwen met de hoogste verblijfsvloer lager dan 6 meter boven het meetniveau, zoals vrijstaande woningen, geschakelde woningen, rijtjeswoning en/of gestapeld woningbouw.
Opstelplaats
Primaire voorziening
Secundaire voorziening
Tertiaire voorziening
Max. afstand tot object (m)
Max. afstand tot opstel- plaats (m)
Debiet (m3/uur)
Max. afstand tot object (m)
Debiet (m3/uur)
Escalatie: 90 m3/uur
Bij open water maximaal 2.500 meter.
Bij geboorde put en/of brandkraan op maximale rijafstand van 5 minuten.
40
100
30
200
30
Voorbeelden
Woongebouwen met de hoogste verblijfsvloer tussen 6 meter en 20 meter boven het meetniveau, zoals portiekwoningen en lage flats.
Opstelplaats
Primaire voorziening
Secundaire voorziening
Tertiaire voorziening
Max. afstand tot object (m)
Max. afstand tot opstel- plaats (m)
Debiet (m3/uur)
Max. afstand tot object (m)
Debiet (m3/uur)
Escalatie: 90 m3/uur
Bij open water maximaal 2.500 meter.
Bij geboorde put en/of brandkraan op maximale rijafstand van 5 minuten.
15
100
30
200
60
Voorbeelden
Woongebouwen met de hoogste verblijfsvloer tussen 20 meter en 70 meter boven het meetniveau, zoals flatgebouwen.
Opstelplaats
Primaire voorziening
Secundaire voorziening
Tertiaire voorziening
Max. afstand tot object (m)
Max. afstand tot opstel- plaats (m)
Debiet (m3/uur)
Max. afstand tot object (m)
Debiet (m3/uur)
Escalatie: 90 m3/uur
Bij open water maximaal 2.500 meter.
Bij geboorde put en/of brandkraan op maximale rijafstand van 5 minuten.
15
40
30
200
60
Voorbeelden
Woongebouwen met de hoogste verblijfsvloer 70 meter boven het meetniveau, zoals woontorens.
Hier zijn tenminste de voorzieningen noodzakelijk zoals beschreven in de tabel “Woongebouwen met de hoogste verblijfsvloer tussen 20 meter en 70 meter”. Afhankelijk van het risicoprofiel van het object kunnen aanvullende voorzieningen noodzakelijk zijn (maatwerk). Deze worden bepaald in overleg tussen gemeente, initiatiefnemer en VRLN.
Voorbeelden
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.7
Artikel 2.7.1