Dit besluit treedt in werking met ingang van de [eerste] dag na die van de bekendmaking, welke dag tevens de datum van ingang van de heffing is, met dien verstande dat de bepalingen die in gevolge deze verordening worden gewijzigd van toepassing blijven op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
In afwijking in zoverre van het eerste lid is de datum van inwerkingtreding en ingang van de heffing van:
artikel I, onderdelen A en D, de dag dat het voorstel van Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de versterking van de beveiliging van identiteitskaarten van burgers van de Unie en van verblijfsdocumenten afgegeven aan burgers van de Unie en hun familieleden die hun recht van vrij verkeer uitoefenen (PbEU 2019, L 188) (uitvoering verordening identiteitskaarten) (Kamerstukken II 2019/20, 35552 (R2148), nr. 2) tot rijkswet wordt verheven en in werking treedt.
artikel I, onderdeel E, de dag dat artikel I, onderdeel EE, van de Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de wet (Stb. 2021, 26) in werking treedt.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van 1e wijziging Verordening op de heffing en invordering van leges 2021