In deze verordening wordt verstaan onder:
a. dag:
de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
b. jaar:
het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de(n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
c. kalenderjaar:
de periode van 1 januari tot en met 31 december;
d. maand:
het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
e. week:
een aaneengesloten periode van zeven dagen.