Naar hoofdinhoud
1.. Het persoonsgebonden budget voor formele hulp bedraagt ten hoogste 75% van het tarief voor de meest goedkoop adequate individuele voorziening van zorg in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief ingekocht kan worden. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het college een hoger persoonsgebonden budget toekennen wanneer het hier genoemde tarief niet toereikend is om de bij de hulpvraag passende jeugdhulp in te kopen. Het persoonsgebonden budget dat het college toekent, bedraagt maximaal 100% van de goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers kosten voor het voeren van een pgb-adminstratie kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering reiskosten van de hulpverlener. 4.. De hoogte van een pgb voor informele hulp bedraagt het minimumuurloon, inclusief vakantietoeslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag voor een persoon van 22 jaar. 5.. In afwijking van het bepaalde onder lid 4, bedraagt de hoogte van het pgb voor logeren binnen het sociaal netwerk, 75% van het tarief voor weekend/netwerkpleegzorg. 6.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de hoogte van de tarieven.

Rechtspraak bij dit artikel