Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.

Artikel 15.

Hoogte pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Gemeente Beek 2021

1.. De hoogte van het pgb is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouder(s) opgesteld en door het college vastgesteld plan, zoals beschreven in artikel 13; Wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten en andere maatregelen die tot de individuele voorziening behoren, van derden te betrekken, en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura. Indien de kosten van de door de jeugdige en/of zijn ouder(s) beoogde individuele voorziening uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate individuele voorziening in natura, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) het verschil zelf bekostigen 2.. Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met het feit of er sprake is van formele hulp of informele hulp zoals bedoeld in artikel 16. 3.. De tarieven die gebruikt worden voor alle toe te kennen voorzieningen in pgb worden genoemd in de bijlage van deze verordening. 4.. De pgb tarieven worden jaarlijks, met ingang van 1 januari, geïndexeerd conform het CPI-indexcijfer, alle huishoudens (reeks 2020 = 100). De aanpassing zal worden berekend op basis van de jaarmutatie van de maand juli en wordt afgerond op één decimaal. Indien deze bedragen wijzigen draagt het college zorg voor het kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. Indien het CPI-indexcijfer een negatief indexcijfer geeft, wordt het indexcijfer van nul gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel