25.5.1.Duur betalingsregeling particulieren
De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode conform de termijnbetaling(en) van de automatische incasso.
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen.
Indien uit het verzoek om uitstel blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoende betalingscapaciteit beschikt om zijn schuld te betalen, dan neemt de ontvanger dat verzoek ambtshalve in behandeling als een verzoek om kwijtschelding. Bij de beoordeling daarvan neemt hij de gehele belastingschuld in beschouwing. Art. 26.1.2 is in deze situatie niet van toepassing indien en voorzover de belastingschuldige gebruik maakt van het daartoe ingestelde verzoekformulier voor uitstel van betaling en hij dit formulier volledig invult.
25.5.2.Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren
De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden.
In ieder geval stelt de ontvanger aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat de regeling afgelost wordt middels een automatische incasso. De voorwaarden van de automatische incasso Gemeente Westervoort zijn opgenomen in de bijlage.
Als belastingschuldige geen gebruik kan maken van de automatische incasso, dan wordt aan hem een vragenformulier toegezonden om de betalingscapaciteit te bepalen. A.d.h.v. deze gegevens wordt het aantal betalingstermijnen vastgesteld door de ontvanger.
De nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - tijdig worden nagekomen.
De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen, zekerheid eisen als de aard van de belastingschuld dan wel de omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de ontvanger bekend zijn, daartoe aanleiding geeft. Ook het betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid.
25.5.3.Kort uitstel particulieren
N.v.t. voor de gemeente Westervoort
25.5.4.Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren
Indien de belastingschuldige de belastingaanslag niet kan betalen via een automatische incasso of hiervoor niet in aanmerking kan komen, kan de ontvanger aan de hand van de daartoe door de verzoeker verstrekte gegevens overgaan tot de berekening van de betalingscapaciteit en de beoordeling van de vermogenspositie. Voor de berekening van de betalingscapaciteit vraagt de ontvanger zo nodig nadere gegevens bij de verzoeker op. Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger uit van de begrippen en normen die gelden bij het kwijtscheldingsbeleid, behalve voor zover daarvan in de artikelen 25.5.6 tot en met 25.5.9 van deze leidraad wordt afgeweken. Ook met betrekking tot het vermogen gaat de ontvanger uit van het vermogensbegrip zoals dat geldt in de kwijtscheldingsregeling.
25.5.5.Vermogen en betalingsregeling particulieren
De aanwezigheid van vermogen op het moment van het indienen van het verzoek staat een betalingsregeling in het algemeen in de weg. Dit geldt met name indien het vermogen zonder bezwaar liquide is te maken.
Het vermogen dat onder het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren is vrijgesteld, staat een betalingsregeling echter niet in de weg. Onder vermogen wordt in dit verband verstaan de bezittingen van de belastingschuldige en diens echtgenoot (zoals bedoeld in artikel 3 Pw), verminderd met de schulden die een hogere preferentie hebben dan de belastingschuld.
Met toepassing van artikel 3 Pw wordt als echtgenoot ook aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad betreft.
25.5.6.Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren
Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstandigheden de zogenoemde betalingscapaciteit van de verzoeker een belangrijke rol, zowel ten tijde van het indienen van het verzoek als gedurende de looptijd van de betalingsregeling. De betalingscapaciteit van de belastingschuldige die door de ontvanger wordt berekend, bepaalt in belangrijke mate het bedrag dat de belastingschuldige (periodiek) op de achterstallige schuld moet aflossen. De betalingscapaciteit geeft ook aan in hoeverre een betalingsregeling zinvol is.
Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur- en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven.
De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. Voor een belastingschuldige die in het buitenland woont, past de ontvanger op het normbedrag voor levensonderhoud eerst het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, telt de ontvanger op bij de aldus berekende betalingscapaciteit.
25.5.7.Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven
De ontvanger kan - afhankelijk van de concrete situatie van de belastingschuldige en zijn gezin - bepaalde aanvaardbare uitgaven op de berekende betalingscapaciteit in mindering brengen. Het moet dan gaan om uitgaven die samenhangen met de maatschappelijke positie van de belastingschuldige, en die naar het oordeel van de ontvanger niet in redelijkheid kunnen worden betaald uit het normbedrag voor levensonderhoud en de zogenoemde uitvoeringstolerantie van 20%.
25.5.8.Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden
In het algemeen blijven bij de berekening van de betalingscapaciteit de aflossingsverplichtingen aan derden buiten beschouwing. De ontvanger kan een uitzondering maken voor aflossingen op schulden waarvan het niet-betalen tot ongewenste effecten kan leiden.
25.5.9.Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten
Bij de berekening van de betalingscapaciteit houdt de ontvanger slechts rekening met extra inkomsten, zoals vakantiegeld, tantièmes en dergelijke, voor zover uitbetaling daarvan plaatsvindt dan wel zou moeten plaatsvinden in de periode waarvoor de betalingsregeling geldt.
25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor
N.v.t. voor de gemeente Westervoort
Artikel 25.5.