Naar hoofdinhoud
3.3.1 Juridische bijstand Op grond van artikel 3 lid 3 van de Invorderingswet 1990 treedt de ontvanger zelfstandig in rechte op bij rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van: Beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR; Hoger beroepsprocedures op grond van art. 27h AWR; (Hoger) Beroepsprocedures op grond van art. 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen; Kantonzaken; Kortgedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is. 3.3.2Toestemming In gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Behalve voor in hoger beroep te voeren zaken geldt het voorgaande niet voor: verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen; kantonzaken; verzoekschriftprocedures; procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex. Art. 435 lid 3, dan wel artikel 708 lid 2 Rv.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel