**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt dan wel anderszins tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont wordt overeenkomstig de wet en deze verordening een verlaging toegepast.
**2..** Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede lid IOAW/IOAZ of de op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd.
**3..** Indien bij de belanghebbende sprake is van een niet onder het tweede lid omschreven verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 20 IOAW/IOAZ ,waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt eveneens overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Het toepassen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Beek 2021