Er wordt een onderscheid gemaakt op basis van type urgentie, waarbij drie categorieën worden onderscheiden:
urgentiecategorie 1: vergunninghouders die onder de gemeentelijke taakstelling vallen;
urgentiecategorie 2: woningzoekenden die door een woningcorporatie na afstemming met burgemeester en wethouders als stadsvernieuwingsurgenten zijn aangewezen;
c. urgentiecategorie 3: woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen, woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en op andere gronden urgent verklaarden.
Voor de in artikel 2 lid 1 aangewezen categorie woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie.
Woningcorporaties zijn bevoegd om 25% van de vrijkomende woningen te classificeren als woningen waar urgentie niet op van toepassing is. Een dergelijke classificatie dient vermeld te worden bij de bekendmaking van het woningaanbod conform artikel 5 lid 2.
Een verleende urgentie conform artikel 9 lid 5 vervalt zes maanden na de datum van het besluit tot verlenen van urgentie. Verlenging is alleen mogelijk indien aanvrager kan aantonen dat er ondanks zijn/haar actieve inzet geen geschikte woning beschikbaar is gekomen of er door overmacht niet kon worden gereageerd.
Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot urgentie intrekken als de aanvrager:
niet langer als urgent woningzoekende is aan te merken;
bij zijn/haar aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij/zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;
een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd;
gedurende 6 maanden geen gebruik heeft gemaakt van de toegekende urgentie.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 8
Voorrang bij urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Epe 2021