Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger. Hij kan daarbij gebruik maken van de bijzondere bevoegdheden die de wet hem geeft. Hij kan bovendien alle bevoegdheden uitoefenen die iedere andere schuldeiser ook heeft.
De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze.
De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op.
In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
het leggen van conservatoir beslag;
het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures.