Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt ver-staan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voer-tuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of wegge-deelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verbo-den; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kente-kenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelpar-keermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Haarlem een over-eenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een te-lefoon, dan wel een ander hulpmiddel; autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen na-tuurlijke personen uit meer dan een huishouden; woonadres: een adres dat volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) een woonfunctie heeft. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. college: het college van burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel