Naar hoofdinhoud
1.. Als een vergunning, als bedoeld in artikel 4 van de Parkeerverordening 2018, wordt inge-trokken of vervalt, wordt ontheffing van de ter zake verschuldigde parkeerbelasting ver-leend over de nog niet aangevangen kalendermaanden waarop de vergunning betrekking heeft. 2.. Indien als gevolg van maatregelen door of met instemming van het college de vergunning-houder over een gedeelte van het tijdvak waarvoor de parkeervergunning geldt, geen ge-bruik kan maken van de parkeervergunning, wordt ontheffing van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verleend over het aantal volle kalendermaanden waarin dat gebruik niet mogelijk is geweest. 3.. Over aanslagbedragen welke op jaarbasis lager zijn dan € 10,00 wordt geen ontheffing op basis van het voorgaande lid verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel