De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
Voor de heffing genoemd in het eerste lid worden:
bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen omgerekend in aantallen percelen, door de totale inwonersbezetting op 1 januari van het belastingjaar te delen door 4;
scholen omgerekend in aantallen percelen, en wel naar één perceel per klas c.q. speel- en werklokaal;
slachterijen, horecabedrijven met bijbehorende woning, verenigingsgebouwen, sportzalen/-hallen, autowasinrichtingen en daarmee gelijk te stellen inrichtingen, omgerekend in aantallen percelen, en wel naar 2 percelen per aangegeven categorie;
percelen bestaande uit een woning en een bedrijfsruimte, niet behorende tot de categorieën als bedoeld in de onderdelen a en c, gelijk gesteld met 1,5 perceel vermeerderd met één perceel voor elke gebouwde aanhorigheid waar bedrijf wordt uitgeoefend;
percelen, uitsluitend bestaande uit een bedrijfsruimte als bedoeld onder het voorgaande lid gelijk gesteld met één perceel;
campings omgerekend in aantallen percelen door het aantal aansluitingen te delen door 6.