Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
A De wet: hiermee wordt bedoeld de Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2
B Activiteit:
een door de subsidie-aanvrager te leveren product, prestatie of dienst, passend binnen het gemeentelijk beleid, waar een subsidie tegenover staat.
C Activiteitenplan:
een overzicht van door de subsidie-aanvrager voorgenomen activiteiten (zoveel mogelijk uitgedrukt in meetbare prestaties en beoogde effecten) uit te voeren binnen een aangegeven termijn, van de daarmee verbonden kosten en van de relatie van deze activiteiten met het gemeentelijk beleid.
D Beleidsterrein:
een onderdeel van het gemeentelijk beleid conform de productindeling in de gemeentebegroting.
E Subsidie:
de aanspraak op een financiële bijdrage van de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten.
F Subsidiesoorten:
te onderscheiden in:
Jaarlijkse, structurele subsidies
Subsidies met een kortdurend karakter
Basissubsidie
Eenmalige subsidie
Activiteitensubsidie
Waarderingssubsidie
Budgetsubsidie
Investeringssubsidie
G Basissubsidie:
Een subsidie voor organisaties, bestaande uit een vast bedrag als tegemoetkoming in de bestuurlijke apparaatlasten. ( te denken valt aan bestuursvergaderingen, inschrijfkosten Kamer van koophandel, verzekering vrijwilligers)
H Activiteitensubsidie:
Een subsidie, bedoeld ter (gedeeltelijke) financiering voor de activiteiten die een organisatie in een bepaald jaar zal uitvoeren. Kosten die niet terug te voeren zijn naar de activiteiten worden hiervan uitgezonderd.
I Budgetsubsidie:
de voor een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren verstrekte subsidie aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, waarbij de subsidie-aanvrager een bedrag krijgt toegewezen om tevoren overeengekomen activiteiten te realiseren.
J Waarderingssubsidie:
een geldelijke bijdrage voor de activiteiten van een instelling waarbij in beginsel geen verband bestaat tussen de kosten die de aanvrager voor een activiteit maakt en de subsidie die hij ontvangt, bedoeld om een bepaalde activiteit aan te moedigen dan wel waardering daarvoor kenbaar te maken.
K Investeringssubsidie:
een geldelijke bijdrage voor de aanschaf, bouw of verbouw van gebouwen en voor de aanschaf van andere kapitaalgoederen waarvan de lasten onevenredig zwaar op de exploitatie van een instelling drukken.
L Subsidieplafond:
het bedrag dat gedurende het gemeentelijk begrotingsjaar binnen een bepaald product ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.
M Algemene reserve:
Onder de algemene reserve van een instelling worden verstaan de reserveringen, de voorzieningen en het eigen vermogen van een instelling bij elkaar opgeteld.
N Instelling:
Een rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid welke zich ten doel stelt om activiteiten te verrichten ten behoeve van de Alphense bevolking.
O Personeel:
Medewerkers die de instelling nodig heeft voor de uitvoering van activiteiten, te onderscheiden in:
Betaald personeel in loondienst;
Betaald personeel niet in loondienst;
Stagiaires;
Vrijwilligers met behoud van uitkering;
Onbetaalde vrijwilligers.
P Tussentijdse verslag:
een halverwege het subsidie-tijdvak door de subsidie-ontvanger in te dienen overzicht van gerealiseerde activiteiten en een verklaring voor de (eventueel) niet gerealiseerde activiteiten.
Q Financiële en inhoudelijke verantwoording:
een door de subsidie-ontvanger in te dienen overzicht van gerealiseerde activiteiten, de in verband daarmee gemaakte kosten en ontvangen inkomsten en een verklaring voor de (eventueel) niet gerealiseerde activiteiten.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006 Alphen aan den Rijn