De verordening verstaat onder:
monument:
zaak van algemeen belang wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap, zijn ecologische of cultuurhistorische waarde;
terrein van algemeen belang wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;
beschermd gemeentelijk monument: monument dat als zodanig is aangewezen;
beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
beschermd stads- en dorpsgezicht: stads- en dorpsgezicht dat als zodanig is aangewezen ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet 1988, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant;
beeldbepalende objecten: objecten die voorkomen binnen het beschermd stads- en dorpsgezicht;
monumentencommissie: de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak het college op verzoek of uit eigener beweging te adviseren over onder andere de toepassing van de Monumentenwet 1988, de monumentenverordening en het monumentenbeleid;
welstandscommissie: de commissie zoals die is vastgesteld bij besluit van de raad van de voormalige gemeente Sluis-Aardenburg d.d. 12 december 2002, nr. 19 en bij besluit van de raad van de voormalige gemeente Oostburg d.d. 19 december 2002, nr. 23.