Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:
2, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 8 meter;
3, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, doch ten hoogste 12 meter;
4, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12, doch ten hoogste 16 meter;
5, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 16 meter;
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 9 etmalen.
Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2021