De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
hebben van voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
ter zake van het hebben van standplaatsen op de warenmarkt(en), waarvoor een recht verschuldigd is op grond van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld;
ter zake van het hebben van spoorstaven;
ter zake van het hebben van glas-, papier- en bouwcontainers op voor de openbare dienst bestemde bouwgrond;
ter zake van het hebben van bouwketen, -steigers en -materialen;
voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten behoeve van openbare middelen van vervoer, zoals halteborden en wachthuisjes;
voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor:
de braderie op Koningsdag;
na ingrijpende reconstructies bij heropening van straten georganiseerde feestelijkheden;
voor de in gebruik gegeven c.q. genomen strook van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor het plaatsen en/of uitstallen van goederen tot één meter vanaf de voorgevelrooilijn van de weg, straat of plein;
van voorwerpen of werken ten dienste van het wegverkeer, zoals wegwijzers van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB;
voor de brievenbussen van Post NL en soortgelijke ondernemingen;
voor versieringen, aangebracht tijdens en ter gelegenheid van algemene nationale feestdagen;
van voorwerpen of werken, die worden gebezigd ten behoeve van het voeren van verkiezingsreclame;
voor het hebben van buizen tot lozing van fecaliën, van huishoud-, bedrijfs- of hemelwater, aansluitend op de gemeentelijke riolering;
het hebben van bloembakken, plantenbakken aan de gevel, voorzien van planten en of bloemen en uitsluitend gebezigd ten behoeve van opluistering, sfeer of versiering waarbij de bak niet groter is dan 0,5 m² horizontaal geprojecteerd;
voor het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen, balkons, markiezen, zonneschermen bij woningen, mits deze zijn aangebracht door of namens en ten behoeve van de bewoners van die woningen;
van gehandicaptenvoertuigen, als bedoeld in artikel 1 van de RVV 1990.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2021