Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Regels voor het plaatsen van uitstallingen

Onderdeel van Nadere APV-regels voorwerpen op of aan de weg

1.. Het is alleen toegestaan uitstallingen te plaatsen voor het eigen winkelpand. Uitstallingen dienen binnen het (denkbeeldige) verlengde van de zijgevels van het desbetreffende perceel te blijven. 2.. Een uitstalling dient zodanig te worden geplaatst dat dit geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. 3.. Voor het exploiteren van een terras is op grond van artikel 2:28 van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. 4.. Een uitstalling mag maximaal 1,20 meter diep zijn. Tot 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 2 meter hoog zijn. Vanaf 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 1,50 meter hoog zijn. 5.. Er mogen geen materialen aan luifels, zonweringen e.d. worden bevestigd, tenzij deze op een minimale hoogte van 2,20 meter zijn aangebracht. 6.. Er dient een afstand van tenminste 2 meter te worden vrijgehouden tot de hoek van de straat, gemeten vanaf het kruisingsvlak (bij een ronde straathoek is dat het punt waar de denkbeeldige rechte trottoirbanden bij elkaar komen). 7.. Er moet een strook van minimaal 1,50 meter breed (parallel aan de gevel) op het trottoir obstakelvrij worden gehouden voor voetgangers en/of gebruikers van gehandicaptenvoertuigen. 8.. Uitstallingen mogen de doorgang naar een pand of naar brandgangen niet belemmeren. 9.. Uitstallingen moeten zodanig geplaatst en ingericht worden dat deze niet onbedoeld kunnen wegrijden of verschuiven, dat er geen materialen kunnen vallen en dat er geen scherpe punten uitsteken. 10.. Per winkel/bedrijf mogen hoogstens twee reclameborden op de openbare ruimte geplaatst worden met een maximale hoogte van 1,80 meter en een maximale breedte van 1 meter; de reclame moet betrekking hebben op het branchepatroon van de winkel/bedrijf. 11.. De winkeluitstalling met inbegrip van materialen ten behoeve van de uitstalling mag alleen op de openbare ruimte worden gezet tijdens de uren waarop de winkel voor het publiek geopend mag zijn. 12.. Als een kraam of tafel met zaken wordt uitgestald voor de winkel, dan dient de verkoop van die zaken plaats te vinden vanuit de winkel. 13.. De ondernemer dient te waarborgen dat de bewoners van eventueel bovengelegen woningen in geval van calamiteiten de betreffende woningen kunnen ontvluchten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel