Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 9

Spandoeken, versieringen en vlaggen

Onderdeel van Nadere APV-regels voorwerpen op of aan de weg

1.. Het is slechts toegestaan om spandoeken boven de weg op te hangen dan wel om versieringen (zoals vlaggetjes en verlichtingen) op, aan of boven de weg aan te brengen als wordt voldaan aan de hieronder genoemde voorwaarden: het spandoek of de versiering dient op een deugdelijke wijze te worden bevestigd aan enig onroerend goed, een en ander met toestemming van de rechthebbende; de onderzijde van het spandoek of de versiering ligt tenminste 5,00 meter boven het wegdek; bij eventuele bevestiging van een versiering aan bomen mag er geen gebruik worden gemaakt van schroeven, spijkers en dergelijke. Een spandoek mag alleen aan bomen bevestigd worden door middel van touw of binddraad, dat tegelijkertijd met het spandoek dient te worden verwijderd; het spandoek of de versiering moet zodanig zijn aangebracht dat het niet in aanraking kan komen met niet-geïsoleerde stroomtoevoerende draden; het spandoek of de versiering is niet opgehangen aan een of meerdere lichtmasten; het spandoek of de versiering schermt geen lichtbronnen af; het spandoek moet bestand zijn tegen zware windstoten, bijvoorbeeld doordat het winddoorlatend is. 2.. Een spandoek moet verband houden met een uiting of activiteit met een ideëel karakter binnen de gemeente Best van een overheidsinstelling of van een charitatieve instelling. Dit kunnen ook activiteiten zijn die een regionaal of landelijk karakter hebben, maar met een lokaal effect zoals bijvoorbeeld landelijke campagnes over verkeersveiligheid en collectes. Een versiering moet verband houden met speciale gelegenheden, zoals Carnaval, Koningsdag, Sinterklaas, Kerst, EK’s of WK’s. 3.. In afwijking van het tweede lid is het toegestaan een spandoek op te hangen of versiering aan te brengen in verband met een activiteit of evenement dat op de openbare weg plaatsvindt, gedurende dat evenement of die activiteit. 4.. Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken zijn toegestaan mits deze op een deugdelijke wijze zijn bevestigd aan enig onroerend goed, een en ander met toestemming van de rechthebbende en mits geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven voetgangersruimte of minder dan 5 meter boven de rijweg bevindt.

Rechtspraak bij dit artikel