Naar hoofdinhoud

Artikel 16a

Subsidies op grond van sociaal-medische indicering

Onderdeel van Verordening kinderopvang

Deze paragraaf vervalt vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 23 van de Wet kinderopvang. Op grond van artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht kan het college besluiten aan een ouder of zijn partner subsidie toe te kennen ter voorziening in de kosten van noodzakelijke kinderopvang indien ten aanzien van die ouder of zijn partner dan wel het kind van de ouder vastgesteld is dat er sprake is van een indicering is als bedoeld in artikel 4 van deze paragraaf en nadat vastgesteld is dat andere (ook informele) voorzieningen en wetgeving geen alternatieve oplossing kunnen bieden. Bij de beoordeling of een persoon geïndiceerd is als bedoeld onder b wordt overwogen: of bij de ouder in de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd sprake is van een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en of een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, hetzij ten aanzien van het kind, voor de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt aangevraagd, is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling noodzakelijk is. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Alvorens te besluiten op een aanvraag, wint het college ten behoeve van de vaststelling van het geïndiceerd zijn van een persoon als bedoeld in de bepalingen onder b en c van deze paragraaf advies in van een onafhankelijk deskundige. Een aanvraag als bedoeld onder d kan uitsluitend worden gedaan door de ouder of diens partner die overeenkomstig de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn woonplaats heeft in de gemeente De Bilt en wordt ingediend bij het college. Aanvragen worden behandeld in volgorde van indiening bij de gemeente. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens: naam en adres van de ouder; indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; het sociaalfiscaalnummer van de ouder en, indien van toepassing, dat van zijn partner en van het kind waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders vermeldt in elk geval: de geldigheidsduur van de indicatie de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht de hoogte van de tegemoetkoming De bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang vindt plaats conform de bepalingen in artikel 7 van de Wet kinderopvang. Het bedrag dat gedurende het jaar 2005 ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens deze paragraaf bedraagt € 36.000,--. Op deze paragraaf zijn de artikelen uit de paragrafen 1, 3, 4, 5 , 6 en 7 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Met uitzondering van de bepalingen in artikel 23 zijn de overige bepalingen van de Wet kinderopvang van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf. § 7. SLOTBEPALINGEN

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel