Naar hoofdinhoud
1.. De belastingschuld ontstaat bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het jaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, kan aanspraak worden gemaakt op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. In afwijking in zoverre van het voorgaande lid geldt dat wanneer de beëindiging van de belastingplicht, dan wel de vermindering van het aantal honden niet binnen dertig dagen is gemeld, alleen aanspraak kan worden gemaakt op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na dertig dagen voor het tijdstip van de melding van beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien een afdoende bewijs wordt verstrekt waaruit de beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden blijkt dan kan aanspraak op ontheffing worden gemaakt als bedoeld in het voorgaande lid.

Rechtspraak bij dit artikel