Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Belastingtarieven

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2021

1. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a wordt geheven bedraagt € 148,60 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt voor een eigendom of gedeelte daarvan gebruikt als: 1. wijkgebouw of onderwijslokaal € 260,90 2. culturele en/of recreatieve bestemming € 503,40 3. café-restaurant, bar of enig ander horecabedrijf, geen hotel zijnde € 503,40 4. winkel, garagebedrijf, fabriek, kantoor, werkplaats of enig ander bedrijf, geen horecabedrijf zijnde, waarin werkzaam zijn: minder dan 5 personen € 260,90 5 tot en met 10 personen € 439,50 11 tot en met 50 personen € 873,20 51 tot en met 100 personen € 1.756,90 vermeerderd met € 854,40 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen. 5. hotel of pension, huisvesting biedende aan: minder dan 10 personen € 503,40 10 tot en met 50 personen € 1.130,20 51 tot en met 100 personen € 1.999,50 vermeerderd met € 1.105,90 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen. 6. verpleeginrichting of bejaardentehuis, huisvesting biedende aan: minder dan 10 personen € 873,20 10 tot en met 50 personen € 1.756,90 51 tot en met 100 personen € 3.507,20 vermeerderd met € 1.719,00 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen. voor een eigendom, niet vallend onder één van de voorgaande leden € 742,80 3. Belastingaanslagen van minder dan € 5,-- worden niet opgelegd. 4. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel