1.Het college kent aan elk adresseerbaar object een adres toe, bestaande uit een combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding.
2.Indien aan een adresseerbaar object meer dan één adres wordt toegekend, worden de adressen onderscheiden in hoofdadres en nevenadressen.
3.Onder toekennen, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.
Artikel 3
toekennen van adressen aan adresseerbare objecten
Onderdeel van Verordening naamgeving en nummering (adressen) Sluis 2008