Recht op een financiële tegemoetkoming bestaat indien de belanghebbende op datum aanvraag:
Behoort tot de doelgroep; en
Beschikt over een inkomen niet hoger dan 110% van de voor hem van toepassing zijn bijstandsnorm, waarbij de kostendelersnorm buiten beschouwing wordt gelaten; en
Niet beschikt over direct beschikbare middelen met waarde hoger dan de toepasselijke vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 derde lid van de Participatiewet; en
Volgens de BRP een eigen woning bezit of een zelfstandige woonruimte bewoont in de zin van de Wet op de huurtoeslag in de gemeente Heumen of een mantelzorgwoning bewoont; of
een woning bewoont waarvoor een indicatie Beschermd wonen is vereist; en;
bovendien op moment van datum aanvraag:
minimaal 3 maanden een eigen bijdrage betaalt voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget in het kader van de Wmo 2015 of de Wet langdurige zorg (Wlz); of
minimaal 3 maanden ten minste 2 dagen per week gebruik maakt van professionele dagbesteding; of
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wajong, WIA of WAO, via het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering (UWV); of
volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
aantoonbare meerkosten maakt als gevolg van het leven met een chronische ziekte en/of beperking
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Recht op een financiële tegemoetkoming
Onderdeel van Financiële tegemoetkoming meerkosten Wmo vanaf 2021