Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Wijze van heffing en termijn van betaling

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN VLISSINGEN 2021

1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren op parkeer-apparatuurplaatsen wordt geheven door voldoening op aangifte en moet worden betaald bij aanvang van het parkeren. In afwijking van het hierboven bepaalde moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op het centrale register via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel. 2. Voor de voldoening op aangifte van de belasting geldt dat: a. de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door een mondelinge, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder ook wordt begrepen een nota; b. in geval de kennisgeving mondeling wordt gedaan de belasting moet worden voldaan op het moment van uitgifte van de vergunning; c. in geval van een schriftelijke kennisgeving dient de belasting meteen te worden voldaan, voordat de vergunning wordt verleend. 3. Een naheffingsaanslag is direct inbaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel