**1..** Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget, vindt plaats op verzoek van de persoon met beperkingen.
**2..** Bij een persoonsgebonden budget bevat de beschikking -waarin dit bedrag wordt toegekend- voorwaarden over de besteding van het persoonsgebonden budget.
**3..** Het College bepaalt de omvang van het persoonsgebonden budget. Hierbij dienen drie mogelijkheden te worden onderscheiden:
het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden en/of individuele begeleiding;
het persoonsgebonden budget voor voorzieningen, zoals hulpmiddelen, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen;
het persoonsgebonden budget voor onderhoud, reparatie en verzekering bij een individuele vervoersvoorziening na de laatste afschrijftermijn van de voorziening.
**4..** Het persoonsgebonden budget is inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura. Bij individuele vervoersvoorzieningen geldt, dat na de laatste afschrijftermijn van de voorziening, het persoonsgebonden slechts het onderhoud, de reparatie en de verzekering omvat.
**5..** Verstrekking van het persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien tijdens het onderzoek naar het recht op die verstrekking, duidelijk is geworden dat het vermoeden bestaat dat het persoonsgebonden budget niet zal worden besteed aan een compenserende voorziening.
**6..** De verstrekking van een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden wordt na toekenning op jaarbasis in één keer uitgekeerd.
**7..** Eenieder die een persoonsgebonden budget heeft gekregen, legt hier verantwoording over af binnen zes weken na afloop van de periode waarop de verstrekking betrekking heeft.
**8..** De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college, zoals bedoeld in artikel 8 lid 4 van de Verordening, vindt steekproefsgewijs plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar, waarbij de steekproef een minimale omvang heeft van 10 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten.
**9..** Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden en/of individuele begeleiding kent een vrij besteedbaar bedrag waarover geen verantwoording verschuldigd is, ter hoogte van 1,5 % van het totaal toegekende bedrag met een minimum van € 62,50 per kwartaal.
**10..** Een toegekende verstrekking van het persoonsgebonden budget kan achteraf worden teruggevorderd of ingetrokken bij gebleken misbruik of onverantwoord gebruik van het toegekende persoonsgebonden budget.
**11..** Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor individuele voorzieningen wordt een eigen
**12..** bijdrage in mindering gebracht zoals bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels, tenzij anders is bepaald.
Artikel 4