Naar hoofdinhoud
6.1Inleiding Huisvestingsprojecten komen op twee manieren terug in de gemeentelijke boekhouding. Door de initiële investering die nodig is om projecten te bouwen en door de jaarlijkse kapitaallasten, lees de rentelasten en afschrijving van deze investeringen. Een gemeente dient de projectkosten uit beide kasstromen te kunnen financieren. In lijn met het strategisch kader (zie § 2.9 financieel kader) maken wij onderscheid tussen bekostiging van: huisvesting (en speelterrein); additionele locatieafhankelijke bekostiging. 6.2Initiële investering huisvesting Het “Uitvoeringsprogramma IHP (deel 2)” benoemt de investeringsbedragen voor de huisvesting. De bedragen zijn inclusief omzetbelasting en hebben prijspeil januari 2020. Deze bedragen worden in lijn met de verordening jaarlijks geïndexeerd. Binnen de looptijd van het programma IHP 2020 komen een aantal locaties vrij (zie inventarisatie in § 4.2 Samenvatting capaciteit en behoefte). De mogelijke herontwikkelingsmogelijkheden en opbrengsten van deze locaties zijn niet in beeld gebracht en meegenomen. Dit is een kans voor de toekomst. 6.3Normbedragen huisvesting (en terrein) De normbedragen zijn gebaseerd op de vigerende wet- en regelgeving en het financieel kader onderwijshuisvesting, zoals beschreven is in § 2.9. Er is daarbij een onderscheid tussen nieuwbouw- en renovatieprojecten. 6.3.1Normbedragen Nieuwbouw De normbedragen voor nieuwbouwprojecten in dit nieuwe IHP zijn afgestemd op de verplichting van gemeente Horst aan de Maas om een goed en doelmatig (functioneel) schoolgebouw te leveren, dat voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en de Arbowetgeving (basiskwaliteit) en de visie op kwaliteit in de norm voor Horst aan de Maas & split incentive duurzaamheid. De voorzieningen uit de demarcatielijst investering onderwijshuisvesting (zie bijlage 2) worden daarvan gefinancierd. In tegenstelling tot de oude VNG-norm is de nieuwe norm Horst aan de Maas gebaseerd op het actuele Bouwbesluit + BENG. Bronvermelding bij Normbedragen: Bedragen hebben prijspeil januari 2020. Bedragen worden na stap 1 jaarlijks geïndexeerd. PM vermelding voor deel 4 Locatie afhankelijke bekostiging en deel 5 Extra Kwaliteit houdt in dat de bedragen project specifiek op maat/ bij behoefte worden bepaald. Basiskwaliteit PO (1 + 2) is gebaseerd op Kwaliteitskader Huisvesting Basisonderwijs, Financiële paragraaf, versie november 2016 van Waarborgfonds & Kenniscentrum Ruimte-OK in overleg met BDB, de PO-Raad en de VNG. Basiskwaliteit VO (1 + 2) is gebaseerd op Kwaliteitskader Huisvesting Voortgezet Onderwijs, Financiële paragraaf, versie april 2016 van Waarborgfonds & Kenniscentrum Ruimte-OK in samenwerking met BDB, VO-Raad en VNG. Investeringsniveau BENG is gebaseerd op rapport Ervaringen van zes koplopers van (bijna) energie neutrale scholen van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, welke is opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties d.d. oktober 2014. Energie Neutraal (Nul op de Meter) is gebaseerd op Ervaringen Nul op de Meter van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, welke is opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties d.d. mei 2015. Het normbedrag nieuwbouw onderwijshuisvesting voor Horst aan de Maas is hoger dan het normbedrag dat VNG adviseert. Er is een zogenoemde ‘Norm voor Horst aan de Maas’, de reden hiervoor is: Tegenstrijdige ontwikkeling tussen 2007 en 2018 bij de VNG-advies normvergoeding (lees: de vergoeding daalt) en de ontwikkeling van de bouwkosten (volgens BDB-index, lees: de kosten stijgen) voor onderwijshuisvesting. Het normbedrag voor Horst aan de Maas is gebaseerd op de BDB-index en stelt de gemeente in staat om aan zijn minimale zorgplicht te voldoen (= een onderwijsgebouw dat minimaal aan het Bouwbesluit en de Arbowetgeving voldoet). Het risico op het niet sluitend krijgen van een business case voor onderwijshuisvesting heeft ongewenste gevolgen, door: De wederzijdse afhankelijkheid en relaties tussen projecten onderling. Vertraging in het ene project heeft gevolgen voor het volgende project. Extra besluitvormingstrajecten, wanneer de business-case aantoonbaar niet sluit. Mogelijk extra tijdelijke huisvesting nodig (dit vraagt om extra investering). De visie achter het hogere normbedrag is dat dit de haalbaarheid en geloofwaardigheid van het IHP Onderwijs 2020 - 2035 vergroot. 6.3.2Levensduur verlengende Renovatie Het bepalen van de investeringsbedragen voor renovatieprojecten is maatwerk. Renovatie is geen voorziening in de WPO of de WVO. Het strategisch kader stelt het uitgangspunt dat alle panden een gelijkwaardig kwaliteitsniveau krijgen. Voor renovatie betekent dit dat het pand voldoet aan: Gemiddeld Conditie 2 volgens NEN 2767. Bouwbesluit. Ventilatie volgens Frisse Scholen klasse B. Passend Onderwijs. Levensduur 25 jaar of meer Belangrijk principe is dat vervangende nieuwbouw en renovatie/vernieuwbouw in het IHP gelijkwaardige opties zijn, die tezamen kunnen worden gezien als vervangende huisvesting wanneer dit aan de orde is volgens het IHP. In beide opties heeft de gemeente een financiële verantwoordelijkheid als het gaat om het voldoen aan het Bouwbesluit + BENG, en in beide opties doet het schoolbestuur een financiële bijdrage die passend is bij de huidige mogelijkheden (binnen het investeringsverbod). Belangrijk is dat renovatie géén groot onderhoud is, maar een opgave in het kader van het IHP, waarvan op basis van een haalbaarheidsonderzoek bepaald moet worden of vervangende nieuwbouw of renovatie/vernieuwbouw de beste oplossing is. De noodzaak van het uitvoeren van een huisvestingsmaatregel renovatie wordt in overleg tussen schoolbestuur en gemeente vastgesteld. Het kwaliteitskader biedt een leidraad voor de afweging. Een besluit tot huisvestingsmaatregel renovatie gaat altijd gekoppeld aan een evenredige levensduur-verlenging van het pand, c.q. een langer gebruik van het pand door het schoolbestuur. De beoogde levensduurverlenging van het gebouw moet onderbouwd technisch haalbaar zijn. In dit verband wordt verwezen naar de uitleg in paragraaf 2.12.3 De investering voor renovatie of transformatieprojecten is opgebouwd uit de volgende componenten: Ruimtebehoefte, volgend uit de leerlingenprognose (vastgesteld volgens methode uit de verordening). Onderhoud van bestaande materialen naar gemiddeld conditie 2 (vastgesteld volgens conditiemeting NEN 2767, met meer-jaren begroting). Kwaliteitsverbeteringen volgend vanuit het bouwbesluit, frisse scholen en passend onderwijs (vaststelling na gebouwinspectie). Energetische verbeteringen volgens het duurzaamheidbeleid (vaststelling na duurzaamheid plan van aanpak). Onderwijskundige vernieuwing aan het pand; om knelpunten op te lossen. Het schoolbestuur dient hiervoor een functioneel programma van eisen op te stellen (vaststelling na functionele inspectie en wederzijdse consensus). Het normbedrag voor levensduur verlengende renovatie is door de verschillende nul-situaties ook maatwerk (normbedrag nieuwbouw is een referentie). Het ene pand heeft een hogere investering nodig om naar een gelijkwaardig kwaliteitsniveau te komen, dan het andere pand. De investeringsbedragen zijn bij scenario’s gebaseerd op ramingen op normgetallen (met norm nieuwbouw als referentie investeringsniveau). 6.4Additionele locatie - afhankelijke bekostiging Het raadsbesluit geeft een toelichting over de additionele locatie gebonden bekostiging die nodig is als gevolg voor het IHP Onderwijs 2020. In het onderstaande een toelichting over de gehanteerde uitgangspunten: Grondkosten Gemeente levert een bouwrijp terrein aan de bouwheer Tijdelijke Huisvesting Gemeente levert adequate tijdelijk huisvesting, in overleg met besturen Stedenbouw Geen additionele bekostiging Verkeer Gemeente levert een adequate voorziening voor verkeer Verhuiskosten Gemeente bekostigd verhuiskosten op basis van werkelijke kosten Het document “Uitvoeringsprogramma IHP deel 2” geeft uitwerking aan de benodigde investeringen.

Rechtspraak bij dit artikel