Onverminderd de overige bepalingen in deze regeling, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening. Het college besluit in ieder geval om de schuldhulpverlening te beëindigen indien:
Cliënt niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 10;
Cliënt binnen een half jaar voor de derde keer zonder afmelding niet is verschenen op een afspraak in het kader van het lopende schuldhulpverleningtraject;
Er een WSNP-verklaring is afgegeven, tenzij naar het oordeel van het college budgetbeheer en/of financiële coaching en training noodzakelijk is;
Het besluit is genomen op grond van gegevens die nadien blijken onjuist te zijn en, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
Cliënt is komen te overlijden;
Cliënt niet langer inwoner is van de gemeente Maastricht en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling tot stand is gekomen;
Cliënt zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;
Cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen;
De geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de cliënt, niet (langer) passend is;
Cliënt zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
Cliënt zelf verzocht heeft om het traject schuldhulpverlening te beëindigen;
Het minnelijk traject schuldhulpverlening is geslaagd en doorlopen.