Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen;
vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat niet volgtijd wordt gebruikt en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;
seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat niet volgtijdig wordt gebruikt. en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;
toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor steeds wisselende mobiele mobiele kampeeronderkomens gedurende het jaar of seizoen;
kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;
qroepsaccommodatie: verblijven, bestemd voor en gebezigd als verblijf van groepen van tien of meer personen waarbij het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten en slaapzalen centraal staat;
scoutinqkampeerterrein: een kampeerterrein zonder voorziening (ten hoogste waterpunt aanwezig), welk beheerd wordt door een door de gemeente aangestelde beheerder, en uitsluitend bedoeld voor primitief kamperen in groepsverband.