Naar hoofdinhoud
De belasting als bedoeld onder art 2, wordt geheven van: degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom verder te noemen: eigenarendeel degene die het gebruik heeft van een eigendom verder te noemen: gebruikersdeel. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het eigendom; ingeval een gedeelte van een eigendom ter gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte ter gebruik heeft afgestaan. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid wordt voor de heffing van de belasting als bedoeld in artikel 2, in de gevallen dat het een bedrijfsverzamelgebouw betreft waarbij er sprake is van één watermeter, als gebruiker aangemerkt, de eigenaar van het eigendom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel