Het college kent aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) een individuele voorziening toe voor zover in het verslag, zoals bedoeld in artikel 7, wordt vastgesteld dat de jeugdige en/of zijn ouder(s):
op eigen kracht of met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 12