**a..** onderhuur: situatie waarin een deel van de eigen- of gehuurde zelf bewoonde woning deels wordt verhuurd ten behoeve van de huisvesting van een derde;
**b..** kostgeverschap: situatie waarbij een deel van de eigen- of gehuurde zelf bewoonde woning deels wordt verhuurd ten behoeve van de huisvesting van een derde en waarbij in de huurprijs het gebruik van overige diensten, zoals maaltijden, schoonmaak etc. is begrepen;
**c..** kostganger: degene die tegen een financiële vergoeding een gedeelte van een woning huurt van iemand die de woning in zijn geheel huurt of eigenaar is. Waarbij de huurder/eigenaar en de kostganger geen partners van elkaar zijn of bloedverwanten in de eerste graad en tweede graad. Het verschil tussen de huurder en de kostganger is dat de kostganger naast het woongenot ook gebruik maakt van overige diensten die de verhuurder aanbiedt, zoals het ontvangen van maaltijden het schoonmaken van de kamer etc.;
**d..** woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, en ook een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 van de Participatiewet;
**e..** woonlasten: alle kosten die verbonden zijn aan het bewonen van een woning, zoals woonkosten, energiekosten etc. volgens constante jurisprudentie op grond van de wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.