**1..** De inwoner van 27 jaar of ouder, die inkomsten uit arbeid ontvangt, heeft per bijstandsperiode ten hoogste zes maanden recht op de inkomstenvrijlating. Dit hoeft niet aaneengesloten te zijn.
**2..** Onder dezelfde bijstandsperiode wordt verstaan de situatie dat:
een uitkering aaneengesloten, of na een onderbreking door werkaanvaarding korter dan 12 maanden, opnieuw wordt verstrekt;
wederom uitkering wordt verstrekt na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking;
sprake is van voortzetting van een uitkering die voorheen door een andere gemeente werd verstrekt;
na wijziging van de woon -of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm/grondslag wordt voortgezet, tenzij het een wijziging betreft van de norm/grondslag voor een gehuwde naar de norm/grondslag voor een alleenstaande en er sprake is van een alleenstaande oudergezin waaraan in de voorafgaande uitkeringsperiode nog niet eerder de vrijlating bedoeld in art. 1 lid 3 onder b is toegekend.
**3..** Voor gehuwden bestaat het recht op inkomstenvrijlating voor ieder van de partners afzonderlijk.
**4..** De inkomsten uit arbeid worden tot 25% vrijgelaten, hier is wel per maand een maximumbedrag aan verbonden, zie hiervoor de normenbrief van de rijksoverheid. Deze wordt gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.