**1..** De bijstand voor de inwoner die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde hoofdwoning met bijbehorend erf, heeft de vorm van een geldlening of een geldlening in de vorm van een krediethypotheek dan wel pandrecht, als het in aanmerking te nemen vermogen in de hoofdwoning met bijbehorend erf het bedrag van het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in art. 34 lid 2 sub d Participatiewet overschrijdt. Is de overschrijding maximaal € 15.000 dan wordt de bijstand verstrekt als geldlening, is de overschrijving hoger dan wordt de geldlening verstrekt onder voorwaarde tot het vestigen van een krediethypotheek.
**2..** De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, de pandovereenkomst en de inschrijving van het pandrecht in de vereiste registers en alle overige bijkomende kosten, komen ten laste van de inwoner. Als de inwoner deze niet kan betalen kan hier bijzondere bijstand voor worden aangevraagd. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening. Het bedrag van deze geldlening, is een onderdeel van de krediethypotheek, wordt dan ook geboekt onder de gevestigde krediethypotheek.
**3..** Als er sprake is van een eigen woning wordt bij de aanvraag van een uitkering gewerkt volgens de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in het stroomschema (zie bijlage 1).
Hoofdstuk 3.
Artikel 16.