**1..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard;
inwoner: de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin als bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet;
bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 lid 1 van de wet;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet of het inkomen waarover redelijkerwijs beschikt kan worden, als er sprake is van:
een beslaglegging of getroffen betalingsregeling en de inwoner aan kan tonen dat er geen andere schuldenproblematiek aanwezig is of dat hij/zij professionele hulp krijgt of heeft aangevraagd om de schuldenproblematiek op te lossen:
een minnelijke schuldregeling of een WSNP traject. Waarbij het Vrij te laten bedrag (VTLB) wordt gelijkgesteld aan de hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm.
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet;
norm: de toepasselijke norm zoals bedoeld in artikel 20, 21,22,22a,23 en 24 van de wet;
AOC: de alleenstaande oudercompensatie als bedoeld in hoofdstuk 5.
Woonlasten: huur en kosten voor gas, elektriciteit en water.
Inrichtingskosten: kosten voor een gebruikelijke inboedel.
stofferingskosten: kosten voor vloerbedekking, wandbedekking en gordijnen met toebehoren.
maximale huurgrens: is een vastgesteld bedrag dat bepaald dat de woning een sociale of een vrije sector woning is. Huurtoeslag is alleen mogelijk voor sociale huurwoningen.
rekenhuur: kale huur plus servicekosten.
huurtoeslag: een bijdrage in de huurkosten, uitvoering van de toeslagenwet ligt bij de Belastingdienst.
“om niet”: de tegemoetkoming die wordt gegeven en in principe niet terug betaald hoeft te worden.
**2..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Verordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Hoeksche Waard en/of de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hoofdstuk 1
Artikel 1