**1..** Het college kan bijzondere bijstand verstrekken voor verhuis- en inrichtingskosten als:
aangetoond wordt dat het betrekken van een eigen of andere woning noodzakelijk is; en
dit geen uitstel kan lijden; en
er geen reserveringsmogelijkheden aanwezig waren.
**2..** Onder verhuiskosten wordt verstaan: de kosten van de eerste maandhuur als er sprake is van één maand dubbele huurlasten, administratiekosten, een waarborgsom, de transportkosten van de in de woning aanwezige inboedel of de opslag van de inboedel. In het geval van dubbele huurkosten komt het hoogste huurbedrag in aanmerking voor bijzondere bijstand.
**3..** De hoogte van verhuiskosten wordt vastgesteld op basis van de feitelijke kosten waarbij het uitgangspunt is goedkoopste passende oplossing.
**4..** De hoogte van de bijzondere bijstand voor stoffering en inrichting bedraagt maximaal de bedragen zoals vermeld in tabel 1 in de bijlage. De bedragen genoemd in deze tabel worden elk jaar per 1 januari aangepast met het percentage waarmee de gemeentebegroting wordt aangepast (prijsindex). Bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
**5..** De hoogte van de bijzondere bijstand voor losse duurzame gebruiksgoederen bedraagt de standaardbedragen, zoals vastgesteld in de actuele Prijzengids van het Nibud.
**6..** Bijzondere bijstand voor verhuiskosten, met uitzondering van de waarborgsom, wordt “om niet” gegeven als de verhuizing niet verwijtbaar is.
**7..** Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen (inrichting en stoffering) wordt in de vorm van een geldlening gegeven.
**8..** In afwijking van lid 7 van dit artikel kan het college de bijzondere bijstand “om niet” geven als de inwoner, die is toegelaten tot het wettelijk schuldhulpverleningstraject, voldoet aan de voorwaarden van dat traject en het verstrekken van bijzondere bijstand in de vorm van een lening het slagen van het traject in gevaar brengt.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 13