Naar hoofdinhoud
In beginsel vallen de vaste lasten voor het aanhouden van een woning onder de gebruikelijke kosten van het bestaan. Het college kan aan een inwoner die als alleenstaande of een alleenstaande ouder wordt aangemerkt en die tijdelijk moet verblijven in een instelling of in detentie bijzondere bijstand verlenen voor de doorbetaling van de vaste lasten. De kosten die aangemerkt worden als vaste lasten zijn, de huur (minus eventueel recht huurtoeslag) of hypotheekrente, het vastrecht van de elektra en gas en de doorlopende kosten van bewindvoering. De bijzondere bijstand wordt uitbetaald aan de verhuurder en/of hypotheekverstrekker en nutsbedrijven. De bijzondere bijstand wordt aan woninghuurders “om niet” gegeven. Voor woningeigenaren wordt de bijzondere bijstand in beginsel gegeven als geldlening. Een onderzoek naar vermogen in de eigen woning zal voor woningeigenaren definitief bepalen of de verstrekking als geldlening of “om niet” wordt gegeven Personen die in instelling verblijven wegens medische of sociale omstandigheden komen in aanmerking voor bijzondere bijstand als: de inwoner niet over financiële reserves beschikt of had kunnen reserveren om zelf in de kosten te kunnen voorzien; en het aanhouden van de woning of kamer noodzakelijk is; en er verwacht kan worden dat de inwoner, na zijn opname in de instelling, zal terugkeren naar zijn woning. De periode waarover bijzondere bijstand aan personen verblijvend in een instelling wordt gegeven bedraagt zes maanden en kan eenmaal worden verlengd met zes maanden. Personen die in detentie verblijven hebben geen recht op bijstand voor levensonderhoud (artikel 13 PW), maar er kan wel bijzondere bijstand worden gegeven voor doorbetaling van de vaste lasten, zoals bedoeld onder lid 2 als: de inwoner niet over financiële reserves beschikt of had kunnen reserveren om zelf in de kosten te kunnen voorzien; en de detentieduur niet langer is dan drie maanden; en het aanhouden van de woning of kamer noodzakelijk is voor de resocialisatie; en uit onderzoek blijkt dat de inwoner zijn straf niet in de weekenden, vakanties of anderszins kan ondergaan; en het verblijf in detentie in Nederland plaats vindt; en in de 5 jaren voorafgaand aan de aanvraag niet eerder bijzondere bijstand in verband met de doorbetaling van de huur bij verblijf in detentie is gegeven. De periode waarover bijzondere bijstand aan personen verblijvend in detentie wordt gegeven bedraagt in beginsel drie maanden.

Rechtspraak bij dit artikel