Naar hoofdinhoud
1.. Geen draagkracht heeft de inwoner met een inkomen tot en met 110% van de van toepassing zijnde norm, met uitzondering van artikel 7 lid 3. 2.. Van de inwoner die een inkomen heeft hoger dan 110% van de van toepassing zijnde norm, wordt verwacht zelf een deel van de bijzonder noodzakelijke kosten te kunnen betalen. De berekening van draagkracht is als volgt: Een inwoner met een inkomen van 111% tot en met 120% van de van toepassing zijnde norm heeft draagkracht. De helft van het inkomen, hoger dan 110% maar lager dan 120%, is draagkracht. Naast de draagkracht genoemd onder lid 2a, is het volledige inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde norm draagkracht. In de toelichting wordt een voorbeeld berekening gegeven. 3.. Bij bijzondere bijstand voor woonkosten is het volledige inkomen boven 100% van de van toepassing zijnde norm draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel