**1..** Een lid van Provinciale Staten, een Gedeputeerde en andere sprekers spreken niet eerder dan nadat de voorzitter hen het woord heeft verleend.
**2..** De voorzitter verleent het woord aan de fracties in aflopende volgorde van grootte, tenzij hieromtrent na overleg met het Presidium andere afspraken zijn gemaakt.
**3..** Van deze volgorde kan worden afgeweken, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, of om een motie of ordevoorstel in te dienen.
**4..** Met toestemming van de voorzitter kan een spreker zijn/haar inbreng laten ondersteunen met opstelling dan wel verspreiding van demonstratiemateriaal, dan wel met het vertonen van filmpjes, foto’s en het doen horen van geluidsopnamen, binnen de technische mogelijkheden die de Statenzaal hiervoor heeft.
**5..** Deze ondersteunende middelen mogen geen reclame uiting bevatten en niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde en de goede zeden. Het ondersteunende materiaal dient gereed voor gebruik op de dag vóór de Statenvergadering om uiterlijk 12.00 uur bij de griffie te zijn ontvangen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 22